- Connected Artists - FRE ILGEN - JEAN-PIERRE MAURY - Er wordt een hommage gebracht aan GILBERT DECOCK - Expo - 14/08/10 tot 13/09/10 - open van vrijdag tot maandag inclus van 11h00 - 13h00 en van 15h00 - 18h00. -



 


Kunstenaar in detail

« Terug Kunstwerken »


Begga Dhaese (°1934)
Medium: Sculpturen / Collages (BE)

Begga D’Haese °1934 in Aalst, in een gezin waarvan er later ook twee zonen beeldhouwer zouden worden, namelijk Reinhoud en Roel D'Haese.
Begga D’Haese heeft de beeldhouwkunst gekozen, of beter gezegd, de beeldhouwkunst heeft haar gekozen. Het beeldhouwen is trouwens een soort familieziekte bij de D’Haeses, een kwaal die met het bloed wordt overgedragen.
Het lag niet voor de hand toen ze besloot om naast haar huiselijke bezigheden ook nog beeldende kunstenares te worden. De sculptuur lag haar blijkbaar het nauwst aan het hart. En de academie? “Ik ben een natuurtalent”, zegt ze kordaat. En ja, er moet wel een en ander genetisch bepaald zijn bij Begga D’Haese, want aan kunstenaars, muziekliefhebbers en dergelijke ontbreekt het in de generaties voor en na haar zeker niet. Langs haar moeders kant, deze van de Tinels, was haar overgrootvader al een ebenist en een oom was beeldhouwer. En sedert de zestiende eeuw waren ze bakkers, van generatie op generatie. Het kneden en de materie naar zijn handen zetten, zat er dus al ruim wat generaties in. Echt ingebakken. Ook vandaag telt de familie nog bakkers en deze beschouwen zichzelf wel degelijk als kunstenaars. En terwijl bij haar voorouders naast de patroonheilige van de bakkers ook de muze van de muziek kind aan huis was, heeft zich ook dat ruimschoots bij haar nakomelingen doorgezet. Hoe dan ook, bij Begga waren het vermoedelijk de gaven van de bakkers die haar tot beeldhouwen brachten.
Ze trok naar de technische school van Veurne om daar te leren lassen om metalen sculpturen te fabriceren, want ze dacht dat ijzer ‘haar’ materiaal was. Voor het 25-jarig bestaan van de school maakte ze samen met de leerlingen van de lasklas een vier meter hoog en duizend kilo wegend metalen monument dat pal voor het etablissement werd geplaatst. In dat eerste jaar van productie haalde ze twee keer “The Times” en in 1970 verkocht ze op de “Kunstmesse” in Bazel een sculptuur - een schaakspel - aan een kunstverzamelaarster van Zwitserland.
Ze geeft de voorkeur aan hout, omdat in dit materiaal het werken vlugger gaat dan bijvoorbeeld marmer. En dan nog, “want mijn gedachten gaan zo al vlugger dan het kappen. En wanneer ik aan een houten beeld begin, dan weet ik dat ik het redelijk vlug klaar kan krijgen'. Elke dag houdt Begga er een vrij scherp werkpatroon op na. Er is het huishouden en dan wordt er elke dag ook minimum vier uur gekapt in het atelier met zicht op de tuin.

En hoe ze in al die drukte van kappen en bezigheden des levens door de bomen het bos blijft zien? Wel, ze kapt het bos, zeg maar als een soort ode aan al die verdienstelijke bomen die haar in het atelier tot materie dien(d)en. “Ik wou een woud van vijftig bomen”, zegt ze, “en dat is mij uiteindelijk gelukt”. Elke boom is anders, want geen enkel stuk hout en geen enkele balk zijn gelijk. Het resultaat is warempel indrukwekkend.
HOUTEN BEELDEN

Met de jaren heeft Begga D'haese de materie en het subtiele vormenarsenaal helemaal onder de knie gekregen. De beelden zijn ranke, extreem geabstraheerde menselijke aanwezigheden geworden. Je moet ze in hun ogenschijnlijke eenduidigheid van 't allen kante bekijken en betasten.

Veel van haar beelden staan buiten in de tuin. “Trouwens”, zegt ze, “ik gebruik afzelia van topkwaliteit en dat wordt in de bouw aangewend omwille van zijn duurzaamheid”.


Kleur op hout? “Waarom niet”, zegt ze, “dat kan best”.
MARMER
'Tegen de polsslag van het steen klopt de gedachte van de hand', schreef Lucebert over Hans Arp. Wie een werk van Begga D'haese bekijkt, ondergaat dezelfde ervaring. Meer nog bijna: hij herkent in 'het steen' hoe 'de gedachte van de hand' is gegroeid tot wat zij werd, hoe zij zichzelf geworden is. Geen enkele van deze beelden verloochent dat het, vóór het steen geworden is, in de scheppende verbeelding van de kunstenaar aanvankelijk uit klei werd geboren. Zoals, volgens een oude mythe, de mens door zijn schepper, en naar diens evenbeeld, uit klei werd gemaakt.

In al de beelden die zij maakt, laat Begga D'Haese als het ware de sporen na van de hand die de klei kneedt en vormt. Het marmer is zó, schier onveranderd, door de hand van de boetseerster neergezet. In de innerlijke beweging van zijn vormen draait de stoel van de pottenbakker verder, een perpetuum mobile. Zijn rondingen en plooien schijnen er ingedrukt als in vers deeg door de handpalm van de broodbakker. Bij een totaal andere gelegenheid heb ik eens geopperd dat het goede vooroorlogse brood de smaak had van eetbare waarheid. Het is op analoge wijze, meen ik, dat het oog de werken van Begga D'Haese zou kunnen 'eten'.
SCHAAKSPELEN
Mijn liefde voor dit onderwerp is altijd gebleven”, zegt ze, “want het schaakspel is een afspiegeling van het echte leven: de grote heren blijven veilig achteraan en de kleine man wordt opgeofferd. Ik heb een zwak voor de kleine pion, maar beeldhouw deze altijd met een gat erin. Want op pionnen schieten ze toch altijd…” Mannen en heren beeldhouwt ze zelden “en als ik het doe, dan zijn het koningen uit het schaakspel”. De heren die zich veilig achteraan houden.
Begga D'Haese is bij de vormgeving van haar stukken teruggekeerd naar de abstractie zoals Man Ray, J. Hartwig en Vic Gentils voor haar hebben gedaan. maar zij behouden iets warms en men zou bijna zeggen iets organisch, vooral in de figuur van de koningin die als een symbool van vrouwelijke vruchtbaarheid zou kunnen gelden.
Zo heeft het schaken een nieuwe, esthetische dimensie gekregen, al zal de vertrouwde abstracte vorm die we allemaal kennen, wel in gebruik blijven bij allen die zich tot deze vorstelijke denksport voelen aangetrokken.





COLLAGES
Interessant is een nieuwe richting in haar oeuvre: met versnipperde foto's van haar sculpturen vouwt Begga D'Haese papieren collages waarin kleur en vluchtigheid een subtiele rol spelen.
We kijken naar delicate collages die in hun subtiele abstractie wel van kostbaar kantwerk lijken; het voorzichtig gevouwen blanke blad ontluikt tot onbekende bloem of broze origami-vogel. Lijnen worden uitgezet die hen even beroeren, zich aanvlijen of rakelings langsscheren, nuances, symbolen, evenwichtig en verzadigd van wijsheid.
Chaos hoort niet thuis in de wereld die deze zeer getalenteerde kunstenares heeft gecreëerd. Perfect beheerst ze de vorm die ze heeft gekozen.



Kunstwerken